Vanaf de randen

Koekoeksklok tikt door de zinnen heen
over een verblijfplaats buiten het seizoen
mensen lopen trager spreken langs de zon.
Een zusje hangt aan de ketting met gewichten
tandwiel schuift terug lepeltjes schuren
onverschillig tegen randen van kopjes. Daar zitten wij
te wachten tot we in het theewater durven
hete damp roestvrijstaal tegen schenen aan, als suiker
ruw tot feilloze moleculen lossen we op terug
naar velden met suikerbieten in gematigd klimaat
losse grond waarin wortels dieper groeien en als het dooit
rotten we, sterft een deel van ons. De rest paradeert
langs gesprekken over enkel glas, harde matrassen,
smalle wanden. Vanaf de randen hebben wij allang
een nieuw land getekend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *