reizen

Third Culture Kid

morning mistHier zou het einde van de wereld kunnen zijn.
Zo ben ik vaker doorgelopen op plekken
waar ik mijn enkels kon verzwikken.

De meeste mensen wachten bij de oever.
Ik neem hun niets kwalijk,
zo sta ik liever achter de groep dan erin.

Ik zie een vader zijn kind uit het water halen
voordat hij de afstand weet te overbruggen
om overal thuis te komen.

 

 

Een Third Culture Kid heeft verschillende jaren buiten de cultuur van zijn ouders gewoond en vriendschappen opgebouwd in andere landen. Op de website TCKworld staat een interessant artikel over het Third Culture Kid.

Moedertaal

reizigersgeheimenMijn moeder slaapt op een kokosmat,
een karavaan trekt door de woestijn.

Er is zoveel ruimte, dat richting vragen
te verwaarlozen is.

Ik hoor mijn taal ruizen in ons laatste gesprek.
Zij huist in mijn accent en in mijn slaap
spreekt zij hardop.

langzaam ontvreemdt zij in een andere taal,
verschijnt zij soms nog op een ansichtkaart.

 
 

Het gedicht ‘moedertaal’ is gebundeld in de bloemlezing ‘Reizigersgeheimen’ van uitgeverij Kontrast. Een bundel met verhalen en gedichten over het thema van de Boekenweek 2014.

Vliegvakantie

Trots ben ik op mijn vriendin en collega Lisette Eisenga. Vanaf 4 februari tot en met 7 maart 2014 exposeert zij haar schilderijen in de Bibliotheek Nieuw-Vennep. Het kleurgebruik en de lege huisjes prikkelen mij regelmatig om haar beelden te bewonen met woorden. Toen ik het kunstwerk ‘Vliegvakantie’ zag, schreef ik het volgende gedicht.

 

Vliegvakantie

Meestal lieten we de moeder thuis,
dan was er een punt om naar te zwaaien.
Hoelang we zwaaiden lieten we afhangen
van de wind.

Samen met de schildpad mocht ik mee,
alles woog zwaarder als je erover nadacht.
Soms spraken we zachter om de richting
niet te veranderen.

Ik vroeg mij af of mijn vader wist of het heelal
bol was of naar binnen gebogen. ‘oneindig,’ zei hij dan,
verder kwam hij niet. de afstand die je aflegde
was niet hemelsbreed maar

of je ergens anders was vergeten.

Zover we konden gingen we mee

Op de achterbank trokken de viltstiften krom,
cassettebandjes smolten: ‘ja-zuster,
nee-zuster’ klonk vertraagd door luidsprekers.

Bij de eerste bocht viel het zusje in slaap.
Ik vroeg haar welke liedjes haar wakker hielden,
ze deed niets anders dan haar ogen dicht.

Ik mocht ze houden zolang ik ze kon bewaren,
zoals de stenen die ik vond tijdens het varen
in de rubberboot,

zover ik wilde mocht ik gaan, maar dichterbij
dan de volgende stad.

1 2 3  Scroll to top