Poemtata

Zeepkruid

Wees als zeepkruid mijn kind: winterhard in Siberië,
zacht voor tere stoffen.

Oma verwijdert vlekken ermee uit mijn zeegroene jurk,
drogend aan het wasrek op het balkon. We missen de zon,
ik draag de onderjurk van oma.

Mijn puberteit schemert erdoorheen: begin van borstengroei,
hormonen of ik later moeder word, maar eerst een kleinkind zijn:
de kameleon. Welke kleuren blijven over na aardappelen met ijsbergsla.

Naast mijn jurk, niet droog genoeg om te dragen, opent zich een wereld
met kikkers, flatgebouwen en treinreizen. Ik mag vertrekken
als mijn lichaam niet meer doorschijnt.

Het gedicht ‘Zeepkruid’ kreeg een eervolle vermelding in de wedstrijd ‘Sneeuwwoordje en de zeven verzen’ van Poemtata. Totaal ontvingen zij 312 inzendingen.

En als je dan even wacht

Er zijn momenten dat je constant in beweging blijft
alsof je de tijd geen ruimte geeft om voor te lopen,
het liefst ren je door of stap je in de trein.

Daar kan de stad niet tegen op. Zij hangt om je heen
met haar fabrieken en parken. Jassen glijden langs je netvlies,
verliezen hun mouwen om wodkaflessen in te bewaren.

Ik heb je durven dromen. We sliepen onder sneeuwlagen,
zagen goudsbloemen twijfelen of de grond in beweging kwam
of dat de winter in onze lijven was gebleven.

Woestijn

Soms zijn er vlinders in de woestijn
totdat vleugels zich vergissen in de zon.

Jij vertelt over blaren onder een kindervoet.
het zand schaaft de glimlach van je lippen,

ik geef je mijn balsem. Wij kunnen weinig delen,
zelden een mening, over wie wij zijn geweest.

Kunst van schreeuwen

de kunst van schreeuwen
is vanuit het middenrif
want longen uit de lijven schreeuwen
verkort jouw levensduur

zo kreeg ik een acht op biologie
door in en uit te ademen voor de klas
al heb ik het uitademen nooit begrepen
ik geef niet graag weg wat borstholte vult

ik zwaai mijn rijkdom van zuurstof weg
op lucht gedragen schreeuw ik jouw naam
bij het passeren van een trein
dat voelt goed

zo weet je nooit
dat mijn kunst van schreeuwen
jouw naam was

 Scroll to top