Gedicht

Zeepkruid

Wees als zeepkruid mijn kind: winterhard in Siberië,
zacht voor tere stoffen.

Oma verwijdert vlekken ermee uit mijn zeegroene jurk,
drogend aan het wasrek op het balkon. We missen de zon,
ik draag de onderjurk van oma.

Mijn puberteit schemert erdoorheen: begin van borstengroei,
hormonen of ik later moeder word, maar eerst een kleinkind zijn:
de kameleon. Welke kleuren blijven over na aardappelen met ijsbergsla.

Naast mijn jurk, niet droog genoeg om te dragen, opent zich een wereld
met kikkers, flatgebouwen en treinreizen. Ik mag vertrekken
als mijn lichaam niet meer doorschijnt.

Het gedicht ‘Zeepkruid’ kreeg een eervolle vermelding in de wedstrijd ‘Sneeuwwoordje en de zeven verzen’ van Poemtata. Totaal ontvingen zij 312 inzendingen.

Noorse hartschelp

Dagen langs de vloedlijn
in grof schelpmateriaal geploegd
in een visnet verstrikt geraakt,
maar ergens moet je hier zijn
tussen eb en vloed, de zee
trekt zich terug. Een hond pist
naast je op het strand. Een mossel,
kokkel, wadslak spoelen aan.
Ik meet de dikte van de ribben
de afstand er tussen, hoe vaak
moet ik je verwarren met een ander
tot ik je verzamelen kan.

 

Olifantenpaden

We blijven bekende paden volgen,
het slaapmiddel voor overdag

als we omkijken wordt onze huid dunner.
Het blijft een omweg in de porseleinkast

zien we mogelijkheden om scheurtjes te kweken
voordat we gebroken worden door wat we hebben gekend.

Zaagillusies

Je stopt jezelf in een kist na een halve pirouette
zou je een ballerina kunnen zijn maar niet vandaag
de goochelaar snijdt je met een zaag doormidden.

Je weet dat de bovenste laag van je huid
voornamelijk uit dode cellen bestaat.

De zaal vraagt zich af of je de binnenkant hebt bekeken
of je ziel een vergaderzaal is wat verder ter tafel komt
weerspiegelt in jezelf.

Soms verandert de goochelaar je in een tijger
je telt je strepen, vindt er één.

1 2 3 16  Scroll to top