Zover we konden gingen we mee

Op de achterbank trokken de viltstiften krom,
cassettebandjes smolten: ‘ja-zuster,
nee-zuster’ klonk vertraagd door luidsprekers.

Bij de eerste bocht viel het zusje in slaap.
Ik vroeg haar welke liedjes haar wakker hielden,
ze deed niets anders dan haar ogen dicht.

Ik mocht ze houden zolang ik ze kon bewaren,
zoals de stenen die ik vond tijdens het varen
in de rubberboot,

zover ik wilde mocht ik gaan, maar dichterbij
dan de volgende stad.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Please enter your name, email and a comment.