Gedichten

Regenplas

Opa zwemt in de zee als hij aan Ceylon denkt
tussen kwallen verdrink je niet in je verdriet.

Ik dans met mijn vader op muziek van zijn lp’s,
wanneer ze blijven hangen denk ik aan kwallen.

Ik vraag opa of ik op de regen kan staan.
Nee, zegt hij, het druipt vanzelf van je af.

Maar ik weet het zeker: onder mijn laarzen
voel ik een druppel zitten.

 

Gulden snede

Aan de rand van gulden snede, sta ik kaarsrecht te wezen
weet ik wat smelten zal, al blijft er een lontje over,
het einde is geen as. Waxinelichtjes weten het verschil
tussen opgaan en achterlaten.

Hoe we ons opladen

Tussen kwijtraken en blijven wachten
verlengen we kabels voor een beter bereik,
om je te laten struikelen als je binnenkomt.

We vormen een comité met plakkerige handen
van zuurstokken en limonade, te sterk gemengd:
er zitten gaten in onze harten

als de kleine wijzer op de tien staat, volgen we hem
tot we naar lege batterijen verlangen,
in plus- en mintekens zijn veranderd.

 

Meander magazine selecteerde uit de inzendingen mijn gedicht ‘Hoe we ons opladen’.

Grondstof

Na het spreken houd ik stenen gedachten over.
In schrift beitel ik een waterlijn in mijn hoofd,

een vlasvezel om mijzelf zachtjes vooruit te duwen,
in linnen verdraag ik mij.

Toch beweer ik: een waterlijn is geen rivier
om te varen. Ik stort mijzelf als cement.

Wat zal ik binden? Ik meng maar kom niet verder.

 

Drie gedichten, waaronder het gedicht Grondstof, zijn gepubliceerd in het tijdschrift Extaze #24.

Olifantenpaden

We blijven bekende paden volgen,
het slaapmiddel voor overdag

als we omkijken wordt onze huid dunner.
Het blijft een omweg in de porseleinkast

zien we mogelijkheden om scheurtjes te kweken
voordat we gebroken worden door wat we hebben gekend.

1 2 3 4 5 19  Scroll to top