Een vlieg landt op mijn picknickkleed

Het is de eerste zomer dat ik niet jaloers ben op een vlieg,
niet op zijn landing op willekeurige huiden, niet op zijn vlieggenoten
die allemaal hetzelfde lijken, niet op het wakker houden van mensen
in plaats van hun eigen gedachten, niet op het te pletter vliegen
tegen glas, nog een keer en nog een keer en dan nog niet doodgaan,
180 graden draaien, wegvliegen alsof glas lucht is.
Niet op het zweven in de wind, nooit in de file staan, op een ruitenwisser landen,
naar binnenkijken, zweetdruppels observeren, pootjes wrijven,
wegvliegen naar moestuinen met zonnebloemen en vijgenbomen,
landen op een radijs, een slak passeren.
Niet op het bezoeken van een festival zonder entree te betalen,
niet op het nooit vergelijken met een ander: wat hij draagt, drinkt
met wie hij praat. Vandaag ben ik niet jaloers op een vlieg.

Thee-quotes schrijven

Tijdens het event ‘Op de thee met de ander’ met originele theesoorten door mensen met diverse culturen bereid, gaf ik de workshop ‘Schrijf je eigen thee-quote’. Deze jongen (11) wilde ook een quote schrijven, met beelden en doorvragen schreef hij deze zin voor zijn meester die hem schaken heeft geleerd, maar is verhuisd. Dat vindt hij nog jammer. Zijn moeder stelde voor om dit theezakje naar de meester te sturen. Dat ontroerde mij weer.

 

 

 

Evenaarsmonoloog

Blijf nog even plakken als kauwgom onder mijn schoenen, laat de wereld getemperd door mijn zolen heen komen. Ik wacht op je bij de kade met een fles rode wijn. Onze bloedvaten zullen wijder worden zodat het hart niet pompt maar proost. En de wind. De wind vangen wij in zeilen. Ik wil met je varen. Er is tenslotte meer water dan land op deze aarde. Laten we tijd rekken door reizen over zee. Waterkoud is een gevoelstemperatuur maar wij geven elkaar koorts. Het liefste zou ik als een aspirine uiteen vallen, in jou willen oplossen, onze temperatuur naar 37 graden dwingen zodat we verder kunnen gaan. We hebben zoveel continenten in ons hoofd, liggend op talen en rekensommen. De tafels van tien die ook bij jou aan de wc-deur hangen. Zoveel verschillen we niet, al is mijn wereld verdubbeld sinds ik jou ken en leer jij het werelddeel in mij.

Elke ochtend schroef jij de douchekop naar beneden om het water eerder mijn hoofdhuid te laten raken. Zo raak je mij steeds. Sinds ik jou ken ben ik een ochtendmens geworden. Ik wil niets van je missen. Je rossige haren, tal van moedervlekken, pianovingers. Ik houd ze vast, stevig en soms laat je los. Geef je mij de ruimte om te zoeken wat ik nog niet wist. Je wacht op mij. Al kom ik zonder souvenirs terug, missen er wieltjes onder jouw koffer. Zo kom ik terug met jouw koffer. De buitenkant beplakt met stickers van landen. De binnenkant ruikt naar jou maar niet genoeg. Ik wil je dichterbij mij houden dan de voering van de koffer.

Laten we gaan. Alles verloopt in tijd. Laten we spelen met onze tijdzones. Ik laat je mijn bergen en valleien zien. Jij de plekken waar ik met een snowboard naar beneden kan. We kennen onze verhoudingen, slijpen ze bij zodat we in elkaar passen als matroesjka’s. Geen van ons wil het laatste laagje zijn. Mijn ogen zijn groter dan die van jou. Jouw haren zijn dikker. Jouw huid is bleker, de mijne kan langer in de zon. We kunnen niet kiezen dan dat ik jou omhels en jij mij. Mochten onze laagjes gaan rimpelen, wij centimeters krimpen. De zwaartekracht bepaalt uiteindelijk de vorm hoe wij gaan. Laten we dan niet alleen gaan. Wij kwamen van ver, reizen over water tot we elkaar loslaten.

Ik vergeet altijd haakje sluiten alsof de hele zin dezelfde waarde heeft als tocht:
10% van een deuropening de gevoelstemperatuur van de woonkamer bepaalt.

— Meliza de Vries

1 2 3 36  Scroll to top